22 sep 2010

Cohousing in Brussel

De huisvestingscrisis neemt in Brussel nog iets grotere proporties aan dan in Vlaanderen. De huurprijzen op de privémarkt zijn voor heel wat Brusselaars onbetaalbaar, het aantal sociale woningen is (met 36.000

gezinnen op de wachtlijst) ontoereikend en dan staan we nog maar aan het begin van een demografische groei die zal maken dat de Brusselse bevolking de komende 10 jaar met 10% groeit (in 2020 zouden er 250.000 meer Brusselaars zijn dan in 2000).

Voor de reportage op TV-Brussel, klik hier

Hier in Brussel is het echt
alle hens aan dek in de strijd voor betaalbaar, kwalitatief wonen, maar
dat heeft wél als voordeel dat de belangstelling voor vernieuwende
formules groot is.

De tijd dat, op Brussels niveau, enkel Groen!
luidop nadachtover creatieve formules zoals kangoeroewonen of cohousing
is voorbij.

Het Brussels regeerakkoord vandaag stelt dat de
overheid, in samenwerking met de verenigingssector, zal werken aan
gemeenschapswonen, intergenerationeel wonen, coöperatieven en
gezamelijke aankoop. Het kabinet van de Ecolo-staatssecretaris Christos
Doulkeridis wil hier ook effectief werk van maken.

Er zijn vandaag
in Brussel een aantal gekende projecten van cohousing die min of meer
spontaan gegroeid zijn vanuit individuen, een groep gelijkgezinden of
vzw's. We waren te gast in het project Brutopia.

Een van de
eerste gekende projecten is CoteKanal. Minder gekend en kleinschaliger
zijn de kangoeroewoningen van het Regionaal Integratiecentrum foyer.
Specifiek voor senioren is er Abbeyfield in Etterbeek.

Meer
recent kennen we het project l'Espoir in Molenbeek, waarbij een
collectieve spaargroep, dankzij subsidies en steun van het Brussels
Woningfonds, passiefhuizen kon bouwen die dezer dagen in gebruik worden
genomen of Biloba, het collectief woonproject van senioren in de
Schaarbeekse Brabantwijk dat nog volop op zoek is naar de juiste
formules en subsidiekanalen.

Dit zijn stuk voor stuk zeer waardevolle projecten, maar het is nu tijd om een stapje verder te zetten.

De
overheid moet hier een veel actievere rol in spelen. Daarom ben ik ook
zeer blij met de studie van de Koning Boudewijnstichting die uitdagingen
en knelpunten op een rijtje zet. Personen of vzw's die kiezen voor
cohousing moeten vandaag echt wel super hard overtuigd zijn en
behoorlijk wat veerkracht aan de dag leggen om telkens weer zaken uit te
zoeken en telkens weer oplossingen uit te dokteren voor nieuwe
problemen.

Bovendien maakt de huisvestingscrisis, met de hoge
huur- en koopprijzen die we vandaag in Brussel kennen, dat een aantal
initiatieven het zeer moeilijk krijgen.

Ik denk dan niet alleen aan collectieve spaargroepen,maar ook aan collectieve aankoopprojecten.

In
de tijd van CoteKanal waren er zeer veel hindernissen, maar er was op
zijn minst het voordeel van de aantrekkelijke prijs waarvoor je toen nog
een leegstaand industrieel pand kon kopen en opknappen. Vandaag is ook
dat voordeel weg en is het des te belangrijker om zo veel mogelijk
drempels in kaart te brengen én weg te werken.

Met enkel de
organisatie van een Beurs voor Collectieve Aankopen, zoals in
Brussel-Stad, hoe waardevol ook, komen we er niet meer.

Maar ook
financieel, denk ik dat het de verdienste is van de Brusselse
staatssecretaris om open te staan voor nieuwe formules die ertoe kunnen
bijdragen dat wonen betaalbaar blijft, bvb de Community Land Trust.

Een
kort woordje uitleg: een CLT is een organisatie zonder
winstoogmerk,gecontroleerd door de gemeenschap (de leden) die
eigendommen verwerft, ontwikkelt en beheert ten gunste van de
gemeenschap. Zowel de bewoners als de overheid participeren in het
bestuur - die participatie en betrokkenheid van de bewoners is trouwens
één van de pluspunten van cohousingprojecten. De eerste opdracht van de
CLT is via subsidies gronden te verwerven.

Eenmaal de grond
verworven, blijft de trust eigenaar, maar staat het gebruiksrecht van de
grond of de woning die op de grond staat af via erfpacht of verkoop. Om
de woningen betaalbaar te houden geeft de CLT een premie aan de koper.
Wanneer de koper opnieuw verkoopt, heeft de CLT een recht op voorkoop en
bovendien moet de koper de premie teruggeven én mag hij enkel aan
marktprijs verkopen.

De nieuwe koper ontvangt opnieuw de premie
en een deel van de winst uit de verkoop. Zo blijft de woning betaalbaar
voor nieuwe kopers en vloeit een deel van de winst terug naar de
gemeenschap. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar het knoopt terug aan
bij de formule van huisvestingscoöperatieven die vooral in het
interbellum opgang vond en eigenlijk is dit een (althans in de ogen van
groen en Ecolo) een soort verbeterde versie van de GOMB-formule waarbij
het speculatieve karakter van een aankoop weggehaald wordt. De
meerwaarde gaat terug naar de gemeenschap, waardoor er meer betaalbare
woningen kunnen worden gecreëerd.

Ik zeg niet dat dit een
wonderoplossing is, ik denk dat als het over huisvesting gaat, niemand
gelooft in wonderoplossingen. Wel denk ik dat in Brussel, én bij de
bevolking én bij de huisvestingsorganisaties én bij het beleid, de wil
groeit om vernieuwende formules uit te denken. Het kabinet van de
bevoegde staatssecretaris staat niet te preken in de woestijn. Ook bij
de GOMB en bij het Brussels Woningfonds ziet men het potentieel van
gezamelijke aankoop, alternatieve eigendomsverwerving, collectief of
intergenerationeel wonen.

Afspraak, hopelijk, binnen een aantal jaar voor een bezoek aan een reeks interessante projecten.

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.